Wettelijk wordt niet gesproken van schorsing preventieve hechtenis, maar van schorsing voorlopige hechtenis.
De uitvoering van het bevel tot voorlopige hechtenis kan worden geschorst. Dit houdt in dat een opgelegde of al gestarte voorlopige hechtenis voor bepaalde of onbepaalde tijd niet verder ten uitvoer wordt gelegd, al dan niet onder het vaststellen van voorwaarden. In de praktijk is de schorsing altijd voor bepaalde tijd
Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis is een aantal voorwaarden verbonden. Standaard voorwaarden zijn:
In die gevallen waarbij de schorsing wordt gegeven naar aanleiding van een reclasseringsadvies gaat dit vaak gepaard met een verzoek aan de reclassering om toezicht uit te oefenen op de bijzondere voorwaarde(n).
De schorsing kan door de rechter worden bevolen op verzoek van de verdachte, maar ook ambtshalve of op vordering van de Officier van Justitie (art 80).
In het bevel wordt de aanleiding om tot schorsing over te gaan beschreven, en ook de datum en het tijdstip waarop de schorsing ingaat.
De schorsing van de voorlopige hechtenis eindigt door de opheffing van de schorsing (art 82), opheffing van het bevel van voorlopige hechtenis (art 69) en door het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak.