De Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS) van 10 september 1986, regelt de overname van de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen en van Nederlandse strafrechtelijke beslissingen naar het buitenland. Het ondergaan van een in het buitenland opgelegde straf in Nederland kan alleen als Nederland met het betreffende land een verdrag heeft gesloten. Het is van dit verdrag afhankelijk wie het verzoek tot ondergaan van de straf in Nederland kan indienen. Dit kan de staat zijn die de straf heeft opgelegd, Nederland of de veroordeelde zelf.
Als Nederland en de staat die de straf heeft opgelegd akkoord gaan met het ondergaan van de straf in Nederland, wordt de veroordeelde overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten. Het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken (BIRS) van het Ministerie van Justitie regelt deze overdracht. Afhankelijk van de procedure die gevolgd wordt, komt er een zitting voor een Nederlandse rechtbank die de straf omzet naar Nederlandse maatstaven. Na de omzetting door de rechtbank zorgt het Openbaar Ministerie voor de tenuitvoerlegging van de inmiddels Nederlandse straf.