Begrippenlijst

Binnen de verslavingsreclassering wordt veel gebruik gemaakt van jargon en afkortingen. De meest voorkomende begrippen staan in onderstaand overzicht. De meest voorkomende afkortingen vindt u in de afkortingenlijst.

Ontbreekt er een begrip? Stuur een e-mail naar info@svg.nl


Begrippen van A tot Z


A B C D E G H I J K L M N O P Q R S T V W Z
A 
  • Aanhangig maken
    Het starten van een procedure bij de rechter. In een strafproces gebeurt dat door een dagvaarding of een oproep van de officier van justitie. In een civiel proces door een dagvaarding van de eiser aan de andere partij of een verzoekschrift aan de rechter.

  • Aanhouden
    In het strafrecht: het feitelijk vasthouden van iemand die er van verdacht wordt een strafbaar feit te hebben begaan. In een civiele of strafprocedure: het uitstellen van de behandeling of de eindbeslissing van de rechter.

  • Aanleg
    De rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie.

  • Artikel 43 PBW
    Artikel uit de Penitentiaire Beginselenwet (1998) waarin verzorging, arbeid en andere activiteiten zijn vastgelegd, zoals het recht op hulpverlening. De reclassering maakt onder andere gebruik van PBW art. 43 lid 3 om het gevangeniswezen in voorkomende gevallen een detentievervangende behandeling te adviseren:   De gedetineerde heeft recht op sociale verzorging en hulpverlening.   De directeur draagt zorg dat reclasseringswerkers en daarvoor in aanmerking komende gedragsdeskundigen de in het eerste lid omschreven zorg en hulp in de inrichting kunnen verlenen.   De directeur draagt zorg voor overbrenging van de gedetineerde naar de daartoe bestemde plaats, indien de in het eerste lid omschreven zorg en hulp dit noodzakelijk maken en een dergelijke overbrenging zich verdraagt met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.      

  • Artikel 15 PBW
    Artikel uit de Penitentiaire Beginselenwet (1998) waarin selectie en overplaatsing van gedetineerden zijn vastgelegd. Onder andere dat in geval van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van een gedetineerde de selectiefunctionaris kan bepalen een gedetineerde over te laten plaatsen naar een psychiatrisch ziekenhuis om daar zolang dat noodzakelijk is te worden verpleegd. De reclassering kan in de advisering aan gevangeniswezen een rol spelen.

  • Advocaat-generaal (AG)
    Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. Adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie.

  • Arrondissement
    Rechtsgebied. Nederland is verdeeld in negentien arrondissementen, met elk een rechtbank en een arrondissementsparket. Zie ook: Ressort

  • Arrondissementsparket
    Het kantoor van het Openbaar Ministerie in een arrondissement. Op het arrondissementsparket werken de officieren van justitie en ondersteunend personeel onder leiding van een hoofdofficier van justitie. De parketten zijn gevestigd in dezelfde steden als de rechtbanken. Er zijn 19 arrondissementsparketten.

  • ART Wiltshire
    De ART Wiltshire-Nederland is een agressieregulatietherapie voor volwassenen met een geschiedenis van reactieve interpersoonlijke geweldsdelicten. Daarbij gaat het om daadwerkelijk geweld en dreiging met geweld. De ART bestaat uit drie modules: de module Sociale vaardigheden (om destructieve vaardigheden te vervangen door constructieve vaardigheden), de module Woedebeheersing en de module Moreel redeneren. De training bestaat uit 18 groepsbijeenkomsten. Daarnaast is er een individuele bijeenkomst voorafgaand aan en na afloop van de training.

  • Alcoholslot Programma
    Een maatregel die het CBR kan opleggen bij een alcohollpromillage van 1.3 – 2.1 ‰. Bij deze maatregel wordt een goedgekeurd alcoholslot in de auto ingebouwd. Iedere keer dat de bestuurder de auto wil starten, moet hij eerst met een blaastest bewijzen dat hij geen alcohol gebruikt heeft. Het apparaat slaat gegevens over het gebruik op. Denk aan het aantal malen dat de bestuurder blaast, de dag en tijd dat geblazen is en eventuele fraudepogingen.

  • Aanwijzing
    Voorschrift hoe het openbaar ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. Officieel bevel van de minister van justitie aan het openbaar ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen.

C 
  • College van Procureurs-Generaal
    Uit vijf personen bestaand college dat aan het hoofd staat van het Openbaar Ministerie.

  • Centrale Raad van Beroep (CRvB)
    Deze beroepsinstantie beslist in geschillen over sociale verzekeringswetten en ambtenarenzaken. Dat gebeurt nadat iemand in beroep is gegaan tegen een uitspraak van de bestuursrechter van de rechtbank.

  • COVA: Training voor Cognitieve Vaardigheden
    Denken is de basis van gedrag. En juist daar gaat het bij een grote groep delictplegers structureel mis. Het ontbreekt hen vaak aan goede vaardigheden, waardoor ze eerst handelen en dan pas gaan nadenken. De training leert nieuwe denkvaardigheden aan. De training bestaat uit 22 sessies van 2,5 uur. Die vinden twee keer per week plaats.

  • Criminogene Factoren
    Statische en dynamische kenmerken en omstandigheden van personen en hun omgeving die bepalend zijn voor de mate waarin zij crimineel gedrag vertonen. De RISc onderscheidt de volgende criminogene factoren: Delictgebieden (criminele carrière) Huidig delict Huisvesting en wonen Opleiding, werk en leren Inkomen en omgaan met geld Relaties met partner, gezins- en familieleden Relaties met vrienden en kennissen Druggebruik Alcoholgebruik Emotioneel welzijn Denkpatronen, gedrag en vaardigheden Houding

  • Cassatie
    Cassatie is een begrip uit de rechtdspraak. 'In cassatie gaan' betekent dat iemand beroep aantekent bij het hoogste gerechtshof van het land tegen een uitspraak van een lagere rechter. Dit hoogste hof houdt alleen rekening met de wijze waarop de lagere rechter de wet heeft toegepast. Een cassatierechter beoordeelt dus niet de feiten zelf. Stelt de cassatierechter vast dat de lagere rechter het recht inderdaad niet correct heeft toegepast? Dan zal hij de uitspraak van deze lagere rechter verbreken. Dit verklaart meteen de term cassatie: het woord is afgeleid van het Franse woord casser , dat breken betekent.

E 
  • Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer
    De Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) is een cursus die het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) oplegt aan rijbewijshouders die onder invloed van alcohol hebben gereden. De cursus bestaat uit een individueel voorgesprek en drie cursusdagen, verdeeld over enkele weken. De EMA is een administratiefrechtelijke maatregel en vormt onderdeel van de zogenaamde vorderingsprocedure. Het CBR voert deze maatregel in samenwerking met de verslavingszorg uit.

  • EuropASI
    De Europese bewerking van de vijfde versie van de Addiction Severity Index: een betrekkelijk kort semigestructureerd interview om in kaart te brengen in hoeverre een zevental leefgebieden van belang zijn bij het ontstaan of in stand houden van de verslaving. De leefgebieden zijn: lichamelijke gezondheid arbeid opleiding en inkomen alcohol- en druggebruik contact met politie en justitie familie en sociale relaties psychische en emotionele klachten

H 
  • Halt
    Afkorting voor Het Alternatief. Het Halt-bureau kan een jeugdige die zich schuldig heeft gemaakt aan kleine vergrijpen (diefstal, vernieling) onbetaald aan het werk zetten. Het werk heeft zoveel mogelijk te maken met de aangerichte schade, bijvoorbeeld het verwijderen van graffiti. Als het werk goed is gedaan, is de zaak afgedaan en volgt geen oproep meer om voor de kinderrechter te verschijnen.  

  • Huis van Bewaring
    Een Huis van Bewaring is een cellencomplex waar mensen (voorlopige) hechtenis ondergaan. Het ministerie van Justitie legt deze status op aan een cellencomplex. Toekenning van deze status vindt plaats op basis van een inventarisatie van beveiligingsmaatregelen door controleurs van het Ministerie van Justitie. In een huis van bewaring verblijven voornamelijk: Verdachten van een misdrijf, die in afwachting zijn van veroordeling of vrijspraak. Zij zijn naar de letter van de wet op dat moment onschuldig (totdat de rechter eventueel anders oordeelt) en verblijven in preventieve hechtenis. Zij worden ondergebracht in een Huis van Bewaring dat zo dicht mogelijk bij de rechtbank ligt waar hun zaak voorkomt. Wanneer zij worden veroordeeld tot een gevangenisstraf, worden zij meestal overgebracht naar een gevangenis. Veroordeelden van een misdrijf, als hun straf na veroordeling relatief kort is of als er plaatsgebrek is in een gevangenis. Tbs-veroordeelden die wachten op plaatsing in een tbs-kliniek. Personen die tot hechtenis zijn veroordeeld, bijvoorbeeld omdat zij een boete niet betalen. Personen in vreemdelingenbewaring.  

  • Hoge Raad
    De Hoge Raad is het hoogste rechtscollege binnen de gewone rechterlijke macht in Nederland. De belangrijkste taak van de Hoge Raad is de cassatierechtspraak op het gebied van het civiele recht, het strafrecht en het belastingrecht. Voor het civiele recht en het strafrecht is de Hoge Raad ook de cassatierechter voor de Nederlandse Antillen en Aruba. De procedures voor de Hoge Raad worden in de regel schriftelijk gevoerd. Aan de Hoge Raad is een parket verbonden. Aan het hoofd van het parket staat de procureur-generaal bij de Hoge Raad. De belangrijkste taak van een lid van het parket is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad te geven hoe in een bepaalde zaak te oordelen. De wet noemt een dergelijk advies 'conclusie'.

  • Hoger beroep
    Bij een door de verdachte of officier van justitie ingesteld hoger beroep of cassatie wordt de vordering van het slachtoffer dat zich heeft gevoegd als benadeelde partij automatisch meegenomen. Het slachtoffer krijgt een brief van het Gerechtshof of de Hoge Raad met de vraag of de vordering die is ingesteld bij de lagere rechter hetzelfde blijft. Het slachtoffer dat zich heeft gevoegd als benadeelde partij en ontevreden is over de uitspraak inzake de vordering kan in het geval het openbaar ministerie en/of de verdachte niet in hoger beroep gaan tegen de uitspraak, zelf via het civiele recht in hoger beroep gaan. Overigens is het voor een slachtoffer niet mogelijk om zich in de fase van het hoger beroep alsnog voor het eerst te voegen, wanneer dat niet voor of tijdens de behandeling bij de rechtbank is gebeurd.

J 
  • Jurisprudentie
    Geheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen.

  • JD-online
    JD-online is een webapplicatie die 24 uur per dag te benaderen is. JD-online vormt de digitale toegang tot het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). Hier zijn uittreksels en rapportages uit het persoonsdossier te krijgen. Daarnaast fungeert JDS als het logistieke knooppunt tussen de rechterlijke macht en de rapporterende instanties voor het aanvragen en retourneren van rapportages. De Justitiële Informatiedienst beheert de fysieke documenten. Die zijn opgeslagen in het beveiligde PD-archief. Momenteel worden de persoonsdossiers gedigitaliseerd en is het ook mogelijk deze elektronisch te raadplegen via JD-online.

  • Justitieel Documentatie Systeem (JDS)
    Voor de beoordeling van een persoon in de strafrechtketen is inzicht in diens justitiële verleden nodig. Zo zal iemand die voor het eerst onder invloed rijdt, anders worden aangepakt dan iemand die dat met enige regelmaat doet. Ook is het gebruikelijk dat bij de behandeling van een zaak tegen een persoon zoveel mogelijk andere ‘lopende’ zaken tegen die persoon worden meegenomen. Daarnaast is het in bepaalde situaties nodig om na te gaan of iemand in aanraking is geweest met Justitie, bijvoorbeeld bij sollicitatieprocedures. Daarom is het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) opgezet.

L 
  • Leerstraf
    Bij een leerstraf gaat het om het aanleren van vaardigheden of het krijgen van inzicht om nieuwe delicten te voorkomen. Met ingang van 2010 zijn negen van de oorspronkelijke elf leerstraffen vervallen en vervangen door erkende gedragsinterventies. De twee overgebleven leerstraffen Taakstraf Alcohol Delinquentie (TAD) en Taakstraf Agressiebeheersing (TAB) kunnen nog worden uitgevoerd totdat een vervangende erkende gedragsinterventie voor handen is. Vanaf 2011 gaan leerstraffen definitief op in het stelsel van voorwaardelijke sancties.

  • Leefstijltraining voor justitiabelen
    De leefstijltraining voor justitiabelen motiveert deelnemers om het middelengebruik te veranderen. Uitgangspunt van de leefstijltraining is dat de kans op criminele recidive afneemt door problematisch middelengebruik of gokgedrag te beïnvloeden. Bij het veranderen van het verslavingsgedrag is het hoogste doel abstinentie. Het minimale doel is gecontroleerd, verantwoord gebruik. De training maakt de deelnemers ook bewust van de wederzijdse invloed tussen het delictgedrag en verslavingsproblemen, de toenemende kans op criminele recidive bij terugval in middelengebruik en vice versa. Ze leren risicosituaties te vermijden of anders aan te pakken. De training bestaat uit tien wekelijkse bijeenkomsten van 2,5 uur.

  • Legaliteitsbeginsel
    Het legaliteitsbeginsel houdt in dat een persoon alleen gehouden kan worden aan wetsbepalingen die al bestonden op het moment dat die persoon datgene doet waarop die wet betrekking heeft.

N 
  • Niet-ontvankelijk
    Niet vatbaar voor berechting. De rechter bepaalt niet-ontvankelijkheid, bijvoorbeeld omdat een zaak te lang heeft gelegen of omdat de termijn is overschreden waarbinnen het beroep binnen had moeten zijn. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn. Bijvoorbeeld als de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen.

  • Nulla poena sine lege
    In het sanctierecht (strafrecht, tuchtrecht, maatregelen) geldt als bijzonder rechtsbeginsel, dat wijzigingen in het algemeen slechts betrekking mogen hebben op feiten die plaatsvinden na de datum van inwerkingtreding van de wijziging. Dit beginsel is als volgt geformuleerd in artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht: Lid 1: "Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling." De zogenaamde 'nulla poena regel': nulla poena sine lege = geen straf zonder wet, of nulla poena sine previa lege poenali = geen straf zonder voorafgaande strafbepaling. Dit betekent in de praktijk dat aan strafmaatregelen geen terugwerkende kracht toegekend kan worden. Ook geldt een beperking bij de toepassing van onmiddelijke werking (artikel 1, lid 2 van het Weboek van Strafrecht): Lid 2: "Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, worden de voor de verdachte gunstigste bepalingen toegepast."

  • Nederlands Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen
    Het Nederlands Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen is de voorloper van de tegenwoordige reclasseringsorganisaties in Nederland. Het werd in 1823 opgericht. De oprichters waren prominente leden van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (het Nut), zoals de Friese filantroop Willem Hendrik Suringar (1790-1872).

P 
  • Parket
    Het kantoor van het openbaar ministerie in de hoofdplaats van een rechtbank (arrondissementsparket) of van een gerechtshof (ressortsparket). Op de arrondissementsparketten werken de officieren van justitie en ondersteunend personeel onder leiding van een hoofdofficier van justitie. Op de ressortsparketten werken de advocaten-generaal en parketmedewerkers onder leiding van een hoofdadvocaat-generaal. Daarnaast is er in Rotterdam een landelijk parket met aan het hoofd een officier van justitie. Het parket bij de Hoge Raad der Nederlanden onder leiding van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad maakt geen deel uit van het openbaar ministerie.

  • Proces-verbaal
    Schriftelijk verslag van wat er op rechtszittingen aan de orde is gekomen. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige.

  • Procureur
    Advocaat die een collega inschakelt als een rechtszaak niet in zijn eigen arrondissement wordt gehouden. De taak van een procureur is ervoor te zorgen dat alle noodzakelijke processtukken bij de rechtbank en de advocaat terechtkomen. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de rechtszaak en voert ook het woord. Een procureur mag alleen stukken inleveren bij de rechtbank waar hij staat ingeschreven. Bij een civiele procedure bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad is procureurstelling verplicht. Het is de bedoeling dat het procuraat op termijn wordt afgeschaft.

  • Procureur-generaal (PG)
    Lid van het College van Procureurs-Generaal, de landelijke leiding van het Openbaar Ministerie.

  • Procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad
    Hoofd van het parket bij de Hoge Raad. Bij de Hoge Raad vervult het parket een andere rol dan bij de rechtbank en het gerechtshof. Leden van het parket eisen hier geen straf, maar adviseren de Hoge Raad over de uitspraak in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken.

  • Parket-Generaal
    De landelijke leiding van het Openbaar Ministerie berust bij het College van procureurs-generaal in Den Haag. Het College bepaalt het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid van het OM. Het College ziet erop toe dat er bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde sprake is van samenhang, consistentie en kwaliteit. Het College bestaat uit drie tot vijf leden. Samen met de staf vormt het College het Parket-Generaal: het landelijke hoofdkantoor van het Openbaar Ministerie.

  • Penitentiair programma
    Een penitentiair programma wordt buiten de gevangenis gevolgd. De gedetineerden zijn dan niet langer ingesloten, maar vallen nog wel onder de verantwoordelijkheid van het gevangeniswezen. Ze volgen een strikt omschreven programma van minimaal 26 uur per week. De deelnemers krijgen een gerichte opleiding, lopen stage bij een werkgever of volgen een behandeling bij een zorginstelling. De inrichting verzorgt de penitentiaire programma’s samen met de reclassering. Doel is om de deelnemer te helpen bij de opbouw van een zinvol bestaan na de detentie. Daarbij gaat het onder meer om zaken als een baan en huisvesting. Een penitentiair programma duurt maximaal zes maanden. Tijdens het penitentiaire programma is sprake van een strenge controle. De deelnemer is verplicht zijn programma te volgen en zich aan de gemaakte afspraken te houden. Als hij dat niet doet, moet hij terug naar de inrichting. In een aantal gevallen wordt het penitentiair programma gecombineerd met elektronisch toezicht. Er wordt van de deelnemer daarom een flinke dosis motivatie en eigen verantwoordelijkheid verwacht. Slechts een beperkt deel van de gedetineerden komt daadwerkelijk voor een penitentiair programma in aanmerking.  Na afronding van het penitentiaire programma volgt de (vervroegde) invrijheidstelling. Het eerste half jaar begeleidt de reclassering de ex-ingeslotene nog. Na vrijlating heeft de ex-ingeslotene dus geen contact meer met DJI.

R 
  • RISc
    Recidive Inschattings Schalen (RISc) is een diagnostisch instrument dat inzicht geeft in het risico op recidive. Het instrument brengt per individu kansen en bedreigingen in beeld. Het richt zich op het strafrechtelijke verleden en de problemen van de verdachte of veroordeelde. Maar het geeft ook zicht op mogelijkheden om iemands gedrag te veranderen. Zo biedt RISc aanknopingspunten voor effectieve interventies om herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen. Voorbeelden zijn het volgen van een training die zich specifiek richt op het veranderen van gedrag of het volgen van een speciale behandeling in een kliniek. Reclasseringswerkers gebruiken RISc bij hun advisering aan het Openbaar Ministerie, Rechterlijke Macht of Gevangeniswezen. Het instrument legt een wetenschappelijke basis onder de onderzoeken van de reclassering.

  • Recidive Inschattings Schalen
    Zie: RISc

  • Reclasseringsadvies (RA)
    Het reclasseringsadvies is een gestructureerde rapportage aan de opdrachtgever. Het adviesrapport geeft antwoord op de vraag hoe herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen is.   De basis van het advies vormt diagnostiek met behulp van Recidive InschattingSchalen (RISc).

  • Reclasseringsadvies beknopt (RAB)
    ?Dit rapport bevat een advies van de verslavingsreclassering. Aanleiding voor dit rapport is een specifieke vraag die snel beantwoord moet worden. Hiervoor gebruikt de verslavingsreclassering de Quickscan als diagnose-instrument.

  • Raadkamer
    Rechterlijk college dat strafzaken behandelt waarvoor in de regel geen openbare zitting is voorgeschreven. Denk aan klachten niet-vervolging (het hof oordeelt dan over de vraag of een verdachte moet worden vervolgd als het OM daartoe niet besluit). Onderling beraad tussen de rechters die een zaak behandelen na de openbare zitting om het vonnis vast te stellen.

  • Rechter-commissaris (RC)
    Rechter die het onderzoek naar een of meer strafbare feiten leidt. In faillissementen houdt de RC toezicht op het beheer van de failliete boedel.

  • Rechterlijke macht
    De rechterlijke macht in Nederland wordt gevormd door de Hoge Raad (het hoogste rechtscollege), waaronder vijf gerechtshoven vallen. Ieder gerechtshof is in een bepaald gedeelte van Nederland bevoegd. Het gebied van ieder gerechtshof is verdeeld in arrondissementen. In ieder arrondissement is een (arrondissements)rechtbank gevestigd. Vervolgens is ieder arrondissement weer onderverdeeld in zogenaamde kantons. Ieder kanton heeft zijn eigen kantongerecht. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. Naast de rechterlijke macht zijn er verschillende andere colleges met rechtspraak belast. Zo worden geschillen over de uitvoering van sociale verzekeringswetten en geschillen tussen ambtenaren en overheidsinstanties in hoger beroep beslist door de Centrale raad van beroep. Verder is er het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Dat beslist over bepaalde soorten geschillen tussen burgers en publiekrechtelijke bedrijfslichamen. Tot slot kan de Raad van State als rechtsprekend college worden genoemd. Binnen de Raad van State fungeert de afdeling Bestuursrechtspraak als hoger beroepsrechter in zaken die in eerste aanleg door de administratieve kamer van de arrondissementsrechtbank zijn beslecht en die niet behoren tot de competentie van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

  • Raad voor de Kinderbescherming
    Orgaan van het ministerie van Justitie, gevestigd in elke arrondissementshoofdplaats. De raad behartigt de belangen van minderjarigen die dat nodig hebben en adviseert de kinderrechter bij verzoeken om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

  • Re-integratieprogramma
    Re-integratieprogramma’s bevorderen net als gedragsinterventies de maatschappelijke herinpassing van daders. Gedragsinterventies zijn geaccrediteerde trainingen die zijn erkend zijn door Erkenningscommissie Gedragsinterventies van het Ministerie van Justitie. Re-integratieprogramma’s zijn alle niet erkende programma’s. Op termijn zullen deze allemaal verdwijnen en vervangen worden door geaccrediteerde programma’s. Re-integratieprogramma’s zijn trainingen en geen behandelingen. De verslavingsreclassering behandelt niet zelf. Waar nodig of mogelijk wordt de delictpleger doorverwezen naar gespecialiseerde afdelingen of instanties. De verslavingsreclassering kent een aantal specifieke programma’s voor haar doelgroep: Leefstijltraining voor justitiabelen Terugvalpreventie Middelen (TVPM) Taakstraf Alcohol Delinquentie VBA programma

  • Reclasseringsregeling
    De eerste Reclasseringsregeling stamt uit 1910. Met die regeling is de voorwaardelijke invrijheidstelling en de voorwaardelijke gevangenisstraf ingevoerd. De reclassering kreeg daardoor een duidelijke omschreven taak in de vorm van begeleiding van en toezicht houden op (ex-)gedetineerden.   De invoering van de Reclasseringsregeling heeft grote invloed gehad op de organisatie en ontwikkeling van de reclassering. Door de zogenaamde 'open regeling' konden liefdadigheidsinstellingen en verenigingen eenvoudig subsidie aanvragen en zich betaald met reclasseringswerk gaan bezighouden. Instellingen voor armenzorg en dak- en thuislozen, maar ook plaatselijke verslavingszorginstellingen en geheelonthoudersverenigingen kregen in die jaren op een redelijk eenvoudige manier een reclasseringerkenning. Een aantal van die instellingen bezit die erkenning tot op de dag van vandaag.   De laatste versie van de reclasseringsregeling dateert uit 1995.   

  • Raad voor de Rechtspraak
    De Raad voor de Rechtspraak vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. De Raad behartigt het externe gemeenschappelijk belang van de gerechten, draagt zorg voor gerechtsoverstijgende voorzieningen, houdt toezicht op bedrijfsvoering en financieel beheer en geeft voor zover nodig algemene aanwijzingen over de bedrijfsvoering. De Raad is tegelijkertijd het aanspreekpunt voor en de woordvoerder van de rechtspraak in het politieke en maatschappelijke debat.

  • Ressort
    Nederland is onderverdeeld in vijf ressorten met een eigen gerechtshof. De ressorten zijn weer onderverdeeld in arrondissementen met een eigen rechtbank.

  • Reclasseringsbalie
    Gemeenschappelijk aanspreekpunt van de de drie reclasseringsorganisaties voor de opdrachtgevers op arrondissementaal niveau. De Reclasseringsbalie heeft tot doel de objectiviteit en professionalisering van de adviestaak te waarborgen en een objectieve verdeling van opdrachten tussen de reclasseringsorganisaties te realiseren. De Reclasseringsbalie is gehuisvest op het Openbaar Ministerie (OM).

T 
  • Terugdringen Recidive
    Dit programma richt zich op de ontwikkeling van een aantal instrumenten om de effectiviteit van de gevangenisstraf te vergroten. Het programma is onderdeel van het beleidsprogramma Modernisering Sanctietoepassing (MST): een stelselmatige en vroegtijdige indicatiestelling volgens een gemeenschappelijke systematiek van het gevangeniswezen, tbs-instellingen en reclassering. uitbreiding en doorontwikkeling van het huidge programma-aanbod aan de hand van criteria voor effectieve interventies uitmondend in een accreditatiesysteem. verbetering van de samenwerking tussen gevangeniswezen en reclassering. Deze beleidskeuze houdt in dat effectieve gedragsinterventies ingezet worden bij personen die daar op grond van de indicatiestelling baat bij zullen hebben. Personen die niet geïndiceerd zijn krijgen geen gedragsinterventies aangeboden.

  • Toeleiding Zorg
    Een samenstel van reclasseringsactiviteiten die leiden tot het plaatsen en/of realiseren van behandeling van de reclasseringscliënt in een kliniek of een maatschappelijke opvangorganisatie. Soms vindt doorverwijzing naar ambulante behandeling plaats.

  • Toezicht
    Tijdens een toezicht wordt de vrijheid van de dader beperkt. Hij moet zich van de rechter houden aan algemene en bijzondere voorwaarden. Een toezicht wordt door de rechter vaak opgelegd in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Toezicht op een dader wordt uitgevoerd door de reclassering en bestaat uit controle en begeleiding. Afspraken tussen dader en reclassering worden vastgelegd in een toezichtovereenkomst. Een bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat de dader een bepaalde gedragsinterventie moet volgen om te werken aan zijn specifieke problematiek. Houdt een dader zich niet aan de afspraken dan wordt dit gemeld aan het OM. Die kan dan besluiten om alsnog de gevangenisstraf ten uitvoer te leggen.

  • Transactie
    Aanbod van de officier van justitie aan de verdachte om een boete te betalen. Als de verdachte de boete betaalt, dan ziet de officier af van verdere strafvervolging. Zie ook: Schikkingsvoorstel

W 
  • Wet OM-afdoening
    De Wet OM-afdoening geeft het openbaar ministerie de mogelijkheid bepaalde strafzaken op een andere wijze buiten de rechter om af te doen. Op dit moment kan het Openbaar Ministerie overtredingen en misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat, afdoen door de verdachte een transactie aan te bieden. Als de verdachte dat aanbod accepteert, heeft hij strafvervolging voorkomen. Voorlopig blijft naast de strafbeschikking de mogelijkheid tot het aanbieden van een transactie bestaan. In de praktijk zullen dus zowel TOM- als OM-zittingen georganiseerd kunnen worden.

  • Werkstraf
    Onbetaalde arbeid die de strafrechter in plaats van een gevangenisstraf kan opleggen. Het werk wordt bijvoorbeeld verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs of gemeenten. De reclassering voert werkstraffen uit.

  • Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS)
    De Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS) van 10 september 1986, regelt de overname van de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen en van Nederlandse strafrechtelijke beslissingen naar het buitenland. Het ondergaan van een in het buitenland opgelegde straf in Nederland kan alleen als Nederland met het betreffende land een verdrag heeft gesloten. Het is van dit verdrag afhankelijk wie het verzoek tot ondergaan van de straf in Nederland kan indienen. Dit kan de staat zijn die de straf heeft opgelegd, Nederland of de veroordeelde zelf. Als Nederland en de staat die de straf heeft opgelegd akkoord gaan met het ondergaan van de straf in Nederland, wordt de veroordeelde overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten. Het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken (BIRS) van het Ministerie van Justitie regelt deze overdracht. Afhankelijk van de procedure die gevolgd wordt, komt er een zitting voor een Nederlandse rechtbank die de straf omzet naar Nederlandse maatstaven. Na de omzetting door de rechtbank zorgt het Openbaar Ministerie voor de tenuitvoerlegging van de inmiddels Nederlandse straf.

  • Wetboek van Strafrecht (WvSr)
    Dit wetboek bevat het materiële strafrecht. In het wetboek staan de gedragingen die in Nederland strafbaar zijn gesteld (delictsomschrijvingen). Ook zijn hierin alle straffen en maatregelen beschreven die opgelegd kunnen worden .

  • Wetboek van Strafvordering (WvSv)
    Dit wetboek bevat het formele strafrecht. In het wetboek zijn de procesregels van het strafproces en de bevoegdheden van politie en openbaar ministerie vastgelegd. Het zijn de spelregels (met name gericht op opsporing en vervolging) voor de toepassing van het strafrecht. In het wetboek zijn ook de rechten en plichten van verdachten en van slachtoffers van misdrijven (onder meer de voegingsprocedure) te vinden.

B 
  • Balie
    Aanduiding voor de hele advocatuur.

  • Beklag
    De mogelijkheid voor rechtstreeks belanghebbenden om te klagen als het Openbaar Ministerie besluit om een strafbaar feit niet (verder) te vervolgen. De beslissing om al dan niet alsnog te vervolgen wordt ter beoordeling aan het gerechtshof voorgelegd.

  • Beroep
    Zie: Hoger beroep

  • BIG
    BIG staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. De Wet BIG regelt onder meer de bevoegdheid om een beroep in de individuele gezondheidszorg te mogen uitoefenen. Iemand kan zich alleen in het register inschrijven als hij aan de wettelijke opleidingseisen heeft voldaan. Alleen wie in het register is ingeschreven, mag de door de wet beschermde titel voeren. Bevoegdheidsbeperkingen leiden tot een aantekening bij de inschrijving of tot doorhaling van de inschrijving.

  • BOOG
    BOOG staat voor Beslissingsondersteuning Onderzoek Geestvermogens. BOOG is een instrument voor betere indicatiestellingen voor de rapportage pro Justitia van volwassenen en jongeren. Vanaf 2000 zijn de uitkomsten van richtlijnonderzoek naar expertoordelen uit de forensische psychiatrie en strafrechtspleging onderzocht. De resultaten zijn ondergebracht in een webapplicatie. Medio 2006 is deze applicatie landelijk geïmplementeerd bij vier justitiële ketenpartners als hulpmiddel voor het besluit om een verdachte al dan niet pro Justitia te laten onderzoeken.

D 
  • Dagvaarding
    Een dagvaarding is een oproep aan de verdachte om op een bepaalde dag en tijdstip te verschijnen voor de rechter. Dit om zich te verantwoorden voor het feit/de feiten waarvan hij wordt beschuldigd. De beschuldiging staat in de dagvaarding omschreven en wordt tenlastelegging genoemd. Grondslag voor de terechtzitting is niet het werkelijk gebeurde, maar de tenlastelegging. De officier van justitie moet dan het feit bewijzen zoals het tenlaste is gelegd.

G 
  • Gerechtshof
    Gerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vijf gerechtshoven.

  • Gerechtssecretaris
    De gerechtssecretaris (of juridisch medewerker) bereidt voor de rechter de zitting voor en maakt aantekeningen van wat er tijdens de zitting wordt besproken. Bovendien assisteert hij de rechter bij het maken van de uitspraak.

  • Gedragsinterventie
    Gedragsinterventies zijn geaccrediteerde trainingen die zijn erkend door Erkenningscommissie Gedragsinterventies van het ministerie van Justitie. Gedragsinterventies bevorderen net alsre-integratieprogramma's de maatschappelijke herinpassing van daders. Gedragsinterventieszijn trainingen en geen behandelingen. De verslavingsreclassering behandelt nietzelf. Waar nodig of mogelijk wordt de delictpleger doorverwezen naar gespecialiseerde afdelingen of instanties. De verslavingsreclassering kent een aantal specifieke programma's voor haar doelgroep: (Korte) Leefstijltraining en training Alcohol en Geweld

I 
  • Inrichting voor stelselmatige daders
    Meerderjarige veelplegers krijgen te maken met een langere vrijheidsbeneming en programma’s die tot gedragsverandering moeten leiden. Per 1 oktober 2004 is daarvoor een nieuwe wettelijke regeling van kracht: de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD). Hiermee kan de groep zeer actieve meerderjarige veelplegers langer (tot maximaal twee jaar) van zijn vrijheid worden beroofd. Het plegen van nieuwe delicten is daardoor voor een lange periode feitelijk onmogelijk. Bovendien wordt een inschatting gemaakt welke factoren een rol spelen bij crimineel gedrag en in hoeverre een veelpleger ontvankelijk is voor verandering.

  • Inbewaringstelling
    In het strafrecht: voorlopige hechtenis in opdracht van de rechter-commissaris. In het vreemdelingenrecht: opsluiting van iemand die niet over geldige verblijfspapieren beschikt. Binnen de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen: gedwongen opname in een psychiatrische inrichting van iemand die psychisch gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving.

  • Inverzekeringstelling
    Het vasthouden van een verdachte als dat nodig is voor het onderzoek. De (hulp)officier van justitie beslist hierover. De inverzekeringstelling duurt drie dagen en kan worden bevolen bij middelzware en zware misdrijven en. De inverzekeringstelling is eenmaal met drie dagen te verlengen. Daarna kan voorlopige hechtenis volgen.

K 
  • Kantonrechter
    De kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en civiele zaken onder de € 5000 behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshovenen de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term ‘kantonrechter’ is wel blijven bestaan.

  • Kort geding
    Procedure om in een spoedeisende zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'), maar in de praktijk komt dat niet veel voor. De partijen leggen zich meestal neer bij de uitkomst van het kort geding.

M 
  • Maatregel
    Als een strafbaar feit is begaan, kan in plaats van een straf of naast een straf een maatregel worden opgelegd. Bijvoorbeeld een terbeschikkingstellingplaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel of onttrekking van voorwerpen aan het verkeer.

  • Maatregelrapport
    Een maatregelrapport speelt een rol binnen de terbeschikkingstelling. Er zijn verschillende soorten maatregelrapportages. Ook de opdrachtgever kan verschillend zijn. Bij elk maatregelrapport gaat het er om hoe de reclassering verantwoord inhoud kan geven aan het toezicht op de begeleiding binnen een tbs. Het is belangrijk dat de beslissende instantie (bijvoorbeeld de rechter of de directeur van een tbs-kliniek) voldoende inzicht krijgt in hoeverre de persoon in kwestie te begeleiden is en hoe de risico's te beperken zijn.

  • Modernisering Sanctietoepassing
    Het project Modernisering Sanctietoepassing omvat 27 maatregelen uit het Veiligheidsprogramma van het kabinet Balkenende III. Doelstellingen van het project zijn een consequentere bewaring, verhoging van de effectiviteit van straffen en het beter functioneren van de strafrechtsketen. Om deze doelstellingen te bereiken is uitbreiding van de celcapaciteit nodig. Maar de nadruk ligt vooral op maatregelen die de effectiviteit van straffen moeten verbeteren, zoals: aansluiting van nazorg op justitiële interventies aanpak veelplegers (Wet Inrichtingen voor Stelselmatige Daders) optimalisering voorwaardelijke sancties programma Terugringen Recidive

  • Mulder-afdoening
    Procedure om buiten het strafrecht om lichte verkeersovertredingen administratief af te doen.

O 
  • Openbaar Ministerie
    Het Openbaar Ministerie valt onder het ministerie van Justitie. Het OM geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. Zie ook: Officier van justitie.

  • Officier van justitie
    Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie heeft de leiding van het opsporingsonderzoek in strafzaken. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek zal hij besluiten de zaak voor de rechter te brengen (te dagvaarden), een schikking aan te bieden of de zaak te seponeren (bijvoorbeeld bij gebrek aan bewijs). Bij een strafzitting krijgt hij het woord voor het zogenaamde requisitoir. De officier van justitie geeft daarin aan welke feiten naar zijn mening bewezen moeten worden verklaard en welke straffen of maatregelen daarvoor moeten worden opgelegd.

  • OM-afdoening
    Door de inwerkingtreding van de wet OM-afdoening in 2008 kan het Openbaar Ministerie zelf lichte straffen opleggen. Dat kan voor strafbare feiten als rijden onder invloed, rijden met onverzekerde motorrijtuigen en veelvoorkomende eenvoudige zaken. Vrijheidsbenemende straffen kunnen alleen door een rechter opgelegd worden.

Q 
  • QuickScan
    De QuickScan is een instrument om in korte tijd een inschatting te maken van de kans op recidive bij een justitiabele. Het instrument toetst daarnaast of iemand ontvankelijk is voor reclasseringsinzet om herhaling van het delictgedrag te voorkomen. De drie reclasseringsorganisaties zetten de QuickScan in tijdens de vroeghulp, het opstellen van advies- en voorlichtingsrapportages en toezicht zonder actuele diagnose. Op basis van de uitkomsten genereert de QuickScan een professioneel oordeel. De reclasseringswerker toetst dit oordeel en vormt hiermee een eigen professioneel advies dat wordt gegeven aan het Openbaar Ministerie (OM),de Zittende Magistratuur (ZM) of het gevangeniswezen (GW). Dit advies geeft op eenduidige en onderbouwde wijze aan of het zinvol is om een reclasseringstraject op te starten, zoals verdere diagnose, een advies- of voorlichtingsrapportage of een toezicht met voorwaarden. Het instrument geeft géén antwoord op de vraag wélke gedragsinterventies kunnen worden ingezet. Dit gebeurt aan de hand van de RISc.

S 
  • Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV)
    Maatregel die in het leven is geroepen om de harde kern criminele harddrugsgebruikers aan te pakken die stelselmatig veel overlast bezorgen in de maatschappij. De maatregel biedt de mogelijkheid drugsgebruikers gedwongen op te nemen in een afkick- en re-integratieprogramma. Voor SOV komen verdachten in aanmerkingen die: in de laatste vijf jaar drie keer strafrechtelijk zijn veroordeeld verslaafd zijn aan harddrugs misdrijven hebben gepleegd samenhangend met de verslaving van het mannelijk geslacht en ouder dan 18 jaar zijn SOV’ers volgen verplicht twee jaar een programma. De uitvoering hiervan gebeurt in speciaal ingerichte SOV-voorzieningen in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Zes middelgrote steden (Arnhem, Nijmegen, Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Maastricht en Heerlen) werken samen met de SOV in Utrecht voor SOV-cliënten binnen de eigen stadsgrenzen. Bij het SOV-programma staat individuele hulpverlening centraal. Vooraf vindt diagnose en selectie plaats of iemand in aanmerking kan komen en geschikt is. Het programma bestaat uit drie fasen met oplopende vrijheden van elk zes tot negen maanden.

  • Schikkingsvoorstel
    Bevoegdheid van politie of de officier van justitie om een verdachte van een strafbaar feit aan te bieden een bepaald bedrag te betalen. Als de verdachte daarop ingaat, hoeft hij niet terecht te staan.

  • Seponeren
    Bevoegdheid van de politie of officier van justitie om de zaak niet voor de rechter te brengen, maar te laten rusten (sepot).

  • Strafkamer
    Eenheid van drie rechters die binnen een rechtbank of een gerechtshof strafzaken behandelen.

  • Staande magistratuur
    Vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie. Zie ook: Rechterlijke macht.

  • Strafrecht
    Het geheel van regels dat gedragingen in onze samenleving strafbaar stelt. Deze strafbare gedragingen zijn vastgelegd in delictsomschrijvingen. Daarnaast wordt in het strafrecht geregeld welke straffen er zijn, hoe de regels moeten worden toegepast (procedures) en wie welke bevoegdheid heeft in het handhaven van het (straf)recht. Het strafrecht regelt de verhoudingen tussen individuele burgers (verdachten van strafbare feiten) en de overheid/samenleving. Tot de strafrechtspleging (de praktijk van het strafrecht) worden alle instellingen gerekend die dit geheel van regels en procedures uitvoeren. Daartoe behoren de politie, andere (bijzondere) opsporingsdiensten, het openbaar ministerie en de strafrechter.

V 
  • Veelpleger
    Personen van 18 jaar of ouder die in het gehele criminele verleden meer dan tien processen verbaal tegen zich zagen opmaken, waarvan tenminste een in het peiljaar. Zij vormen de vaste klanten (de ‘draaideurklanten’) van politie, justitie en zorginstellingen. Het gaat overwegend om mannen. Zij plegen vaak vermogensdelicten en zijn vooral actief in grote steden. Naar schatting 80% van deze veelplegers is verslaafd aan harddrugs, alcohol en/of gokken.  

  • Vervroegde invrijheidstelling
    In de regel wordt een veroordeelde na tweederde van de gevangenisstraf uitgezeten te hebben vervroegd in vrijheid gesteld. Vervroegde invrijheidstelling vindt niet plaats bij straffen van minder dan zes maanden, in het jeugdstrafrecht en bij een levenslange gevangenisstraf. Het is de bedoeling dat de vervroegde invrijheidstelling op termijn wordt vervangen door de voorwaardelijke invrijheidstelling. Alleen iemand die zich aan bepaalde voorwaarden houdt, mag dan eerder vrij gelaten worden.

  • Vroeghulp
    Het eerste bezoek van de reclassering aan een arrestant in de politiecel of bij de Rechter-Commissaris. Het vroeghulpbezoek maakt het voor de reclassering mogelijk in een vroeg stadium een inschatting van de persoon en zijn situatie en kunnen maken. Dit om te bekijken of begeleiding vanuit de reclassering mogelijk is.   Reclasseringswerkers hebben volgens art. 7 van de Reclasseringsregeling 2000 voor de uitoefening van hun werkzaamheden vrije toegang tot: degenen die zijn ingesloten in politiebureaus, voor zover de normale taakuitoefening van de politie dat redelijkerwijs toelaat en  in penitentiaire inrichtingen, met inachtneming van de aldaar geldende huishoudelijke reglementen.  De vroeghulp werd in 1974 ingevoerd op initiatief van de Tweede Kamer. Dit vooral om de voorlopige hechtenis terug te dringen en om waar mogelijk te zoeken naar realistische alternatieven voor een dreigende vrijheidsbeneming.

  • Vroeghulpinterventie
    Tijdens een vroeghulpinterventie voert de reclassering gesprekken met een verdachte die in verzekering is gesteld in een politiecel of in een Huis van Bewaring. Doel is om met de verdachte concrete afspraken te maken over de start van een vervolgtraject, bijvoorbeeld een opname in een kliniek. De reclasseringswerker legt alle afspraken vast in een rapport aan de Rechterlijke Macht. Die kan op grond van zo’n rapport besluiten de voorlopige hechtenis op te heffen. Of dit gebeurt hangt af van de ernst van het gepleegde delict en de motivatie van de cliënt.

  • Vorderingsprocedure
    De vorderingsprocedure is een verkeersveiligheidsmaatregel die wordt uitgevoerd door de divisie Vorderingen van het CBR namens de minister van Verkeer en Waterstaat. Beginpunt van de procedure ligt bij de politie, de officier van justitie of de directeur van het CBR. Bij hen kan het vermoeden ontstaan dat de houder van een rijbewijs niet meer voldoet aan de eisen voor geschiktheid of rijvaardigheid. Meestal ontstaat dit vermoeden door een feitelijke constatering van de politie. De politie informeert dan de divisie Vorderingen van het CBR, die verder actie onderneemt. Op grond van de mededeling en de geconstateerde feiten kan de divisie Vorderingen de betrokkene naar een onderzoek sturen. Dat kan het 'Onderzoek naar de geschiktheid' en het 'Onderzoek naar de rijvaardigheid' zijn. Een andere optie is dat de betrokkene een cursus moet volgen.

  • Voorwaardelijke straf
    Straf die pas wordt uitgevoerd als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de verdachte zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig mag maken. De proeftijd bedraagt meestal twee jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn opgelegd dat de verdachte contact moet houden met de reclassering. Als de verdachte de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd.

  • Verwijs Index Personen (VIP)
    VIP is een instrument voor verschillende organisaties in de strafrechtsketen. In VIP is via verwijzingen te zien welke ketenpartners binnen Justitie allemaal met een persoon bezig zijn. Het systeem bevat geen zaakgegevens. In VIP staan alleen verwijzingen naar de systemen waar zaakgegevens gevonden kunnen worden. In de verwijzing staat of het om een misdrijf of overtreding gaat en of de zaak in de verwerkings- of executiefase zit. Ook is in de verwijzing te zien welke instantie (in welke plaats) de zaak heeft aangemeld. In VIP zijn op dit moment alleen natuurlijke personen opgenomen. Wanneer een persoon is geregistreerd in VIP, wordt nagegaan of deze persoon eenduidig in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) staat vermeld. Wanneer dit het geval is, komen de naam, adres en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens) in VIP te staan. Vervolgens houdt VIP de GBA-informatie actueel voor de ketenpartners. Mocht een persoon niet in de GBA geregistreerd staan dan wordt vervolgens het systeem van de Vreemdelingenketen (BVV) geraadpleegt en worden bij een hit de NAW-gegevens daaruit overgenomen. Naast de NAW-gegevens laat VIP zien welke justitieonderdelen met een bepaald persoon actief zijn. Door de zogenaamde samenloopdetectie in VIP is de Justitiële Informatiedienst in staat de betrokken ketenpartners hierover tijdig te informeren.

  • Verklaring omtrent het Gedrag (VOG)
    Voor sommige functies is de Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) verplicht gesteld, bijvoorbeeld voor onderwijzer en taxichauffeur. Voor het VOG-onderzoek wordt het Justitieel Documentatie Systeem geraadpleegd. In dit register staan gegevens over de afwikkeling van strafbare feiten vermeld. Van onherroepelijke veroordelingen tot sepots en transacties. Daarnaast kunnen politieregistergegevens in het onderzoek worden betrokken en kunnen inlichtingen bij het Openbaar Ministerie en de Reclassering worden ingewonnen. De functie waarnaar gesolliciteerd wordt en natuurlijk ook soort van overtreding en/of misdrijf die geregistreerd zijn en de sanctie(s) daarop, zijn afhankelijkheden om te kunnen beoordelen of deze van invloed kunnen zijn op het krijgen van een verklaring omtrent het gedrag.

Z 
  • Zittende magistratuur
    Aanduiding voor de rechters. Zie ook Rechterlijke macht

  • Zes uurs fase
    Een verdachte mag maximaal zes uur voor verhoor opgehouden worden. De tijd tussen 24.00 en 9.00 uur wordt daarbij niet meegerekend.


Log in

wachtwoord vergeten? | Nog geen login?